dinsdag 8 september 2015

130 jaar Missiezusters van het Kostbaar Bloed

Onze congregatie is gesticht op 8 september 1885 in Mariannhill, bij Durban, in Zuid-Afrika. Gemiddeld drie keer per week vraag ik bij een rondleiding of mensen kunnen raden in welk land wij gesticht zijn. Hoogstens vijf procent van de groepen raadt dat goed! Groepen die dat goed raden hebben bekenden of familie in ons klooster, of zij hebben zich goed ingelezen vóór de rondleiding begon. Via internet, of de folder van de Brabantse Kluis, of het bord van de Pak de Biezen wandelroute bij de parkeergelegenheid aan de Kloosterdreef.
Het is ook niet makkelijk te raden, het was, zeker toen, een uitzonderlijk begin. Een Oostenrijkse Trappist die in Zuid-Afrika in 1882 een Trappistenklooster had gesticht stuurde brieven naar Europa: "Moedige jonge vrouwen gevraagd om te komen doen wat nodig is, daar waar het nodig is!" En komen deden ze. Zo ontstond daar in Mariannhill onze Congregatie Missiezusters van het Kostbaar Bloed. Er kwamen snel meer kloosters, ook in andere landen, want ja, er zijn moedige vrouwen en ja, er is zoveel wat nodig is om te doen.... wereldwijd. En niet alleen het 'doen' is belangrijk, ook hóe je het doet, en waarom.
Vandaag, op deze 130e verjaardag, is de oproep van onze stichter ook actueel. En, net als toen, niet alleen in Zuid-Afrika.

Standbeeld Abt Frans Pfanner bij St Francis College, Zuid Afrika

Een bloemlezing uitspraken van Abt Frans Pfanner, onze stichter, drukt deze actualiteit uit: 
  • Wanneer zal de wereld inzien dat zij naar een eenvoudige leefwijze terug moet keren, opdat betere tijden kunnen aanbreken?
  • Als jullie bewegelijk zijn, en moeilijkheden graag verdraagt, en niet als het weer omslaat wegsmelt als suiker, maar een uithoudingsvermogen hebt zoals een antiek meubelstuk, dan zijn jullie zusters die in Afrika bruikbaar zijn. (1890) 
  • Geef uw ogen goed de kost: de hele wereld is immers één en al wonder. En uzelf wordt door wonderen omgeven. (1896) 
  • Ja, wonderen bestaan, want zonder wonderen zou de wereld er allang niet meer zijn geweest. (1896) 
  • Wij kunnen Gods grootheid erkennen in elk grassprietje, dat ons schijnt toe te roepen: “Kijk, ik ben er. Jij kunt mij niet maken. Iemand die groter is dan jij heeft mij voortgebracht!” (1903) 
  • Het is in het geestelijk leven als met de weersgesteldheid: nu eens is het koud, dan is er regen en wind, dan sneeuwt het of schijnt de zon.
  • Als niemand gaat, ga ik.
  • Ons Missiegebied is het Rijk van God en dat heeft geen grenzen.
Het klooster Mariannhill bleef geen Trappistenklooster. Uit dat Trappistenklooster kwam in 1909 nog een tweede congregatie voort: de Missionarissen van Mariannhill.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten